zaterdag 23 januari 2016

De achterkant van emigratie...

Toen Wim en ik elkaar leerden kennen, waren we nog in de actieve en gezonde fase van ons leven. Hier in Frankrijk wonen en werken was een feest. Overal de natuur om ons heen, gelegenheid te over om te knutselen op het erf, dieren om ons heen, samen het land ontdekken en ons rijk voelen vanwege de vrijheid.

Door mijn werk in de gezondheidssector opperde ik al wel eens het idee om 'later' terug te gaan naar Nederland vanwege de kwaliteit van de zorg. Nee, lees nu nog even door in plaats van te lachen en meteen met alle kritiek te komen op het systeem in Nederland... Ik begrijp dat voor jullie alles inmiddels een voldongen feit is, zelfs een 'recht'. Maar dat is het dus niet als je dat vergelijkt met een land als Frankrijk! Het is een fantastische verworvenheid van onze Hollandse maatschappij dat wij pgb-budgetten hebben, bij wet de verplichting om gehandicapte kinderen 'gewoon' onderwijs te kunnen laten volgen, bij wet geregelde euthanasie, vrijwilligershulp in allerlei vormen van administratieve hulp bij het invullen van je belastingformulier als bejaarde tot en met de golfkarretjes die je in het UMCG naar de juiste afdeling rijden en alles wat daartussen zit, bibliotheekdames in bejaardentehuizen, transport voor ouderen en alles wat daar tussen zit enfin teveel om op te noemen. Maar ook de folders in wachtkamers en apotheken met duidelijke uitleg over jouw ziekte met daarin verwijzing naar de juiste adressen voor hulp en/of informatie. De winkeltjes van het KWF waar men uitgebreid de tijd voor je neemt als de 'bom' in je leven gevallen is dat je kanker hebt. De leestafels in veel kleurrijke wachtruimtes die het vervelende wachten een beetje lichter maken. De mogelijkheid om even koffie te drinken of zelfs te lunchen in veel ziekenhuizen of instellingen. De hospices. Toen ik gisteravond hoorde dat er zo'n 150 in Nederland bestonden, sprongen de tranen in mijn ogen. Wat een 'rijkdom'. In héél Frankrijk dat 19 x zo groot is als Holland bestaan er zegge en schrijven precies twee! Bovendien mag je daar geheel op eigen kosten dan palliatief goed begeleid worden...
Ik kom wekelijks in een bejaardentehuis of verzorgingstehuis dus weet ik waar ik over praat als ik zeg dat die zorg hier zelfs niet te vergelijken is met de zorg die ik destijds al kende toen ik 21 jaar geleden naar dit land vertrok. De enige hoop die ik heb is dat ik door mijn cursussen een heel klein steentje kan bijdragen aan die inhaalslag van 25 jaar achterstand in de ouderenzorg.

Dat idee om 'later' terug te gaan naar Nederland, werd dus ingehaald door de feiten. Wim werd in 2011 zwaar ziek: uitgezaaide prostaatkanker. Medisch werd hij uiterst bekwaam begeleid. De behandelingen met hormonen sloegen aan. Het idee van 'zorg' kwam nog niet bij hem op. Bij mij wel, ik maakte mij zorgen over die eventuele nodige zorg 'later'. Opperde ook wel eens het idee om te remigreren... Maar dring dan maar eens door bij iemand die roept dat hij nog wel 20 jaar verder zal leven, dus 'don't worry'!

Vorig jaar kwam de eerste serieuze terugslag: de hormonen deden hun werk niet meer en de enige optie was volgens de medici een chemokuur. Voor iemand die behandeld is, geopereerd of bestraald en dan nog een extra kuur voor alle zekerheid om geen cel achter te laten misschien een goede optie. Bij een door kanker overheerst lichaam betekent dit verzwakking. Wim werd niet meer de Wim van daarvoor. Zijn energie was weg. De consequenties groot. Voor mij een sein om inlichtingen te gaan opdoen over 'hoe nu als er straks hulp nodig zou zijn'. Bij de thuiszorg vertelde men mijn dat hij weliswaar nu ingeschreven staat maar dat er op het moment van een hulpvraag een minimale periode van 2 weken maar vaak ook wel een periode van 4-6 maanden geldt alvorens er een ziekenverzorgster kan komen helpen bij het wassen of verzorgen. Als verdoofd liep ik de deur uit... De maatschappelijk werkster van de gemeente liet tot tweemaal toe de afspraak verzetten en had toen geen tijd. Uiteindelijk bleek de kliniek ook een sociaal werkster te hebben. Na een afspraak met haar konden we wat meer ademhalen: zij zal op het moment dat het nodig is, proberen al dit soort zaken te regelen. Maar diep in mijn hart denk ik niet dat zij een ziekenverzorgster uit de hoge hoed zal weten te toveren op het moment dat Wim thuis permanent op bed ligt. Wijkverpleging? Ja die is er wel maar deze vijf vrouwen in ons dorpje lopen al om en vaak is het rennen zelfs bij de enkele keer dat ze hem bloed moeten afnemen of een injectie komen geven.

Door mijn contacten uit mijn werk ken ik de weg en weet ik waar ik kan en moet vragen. Ik vraag ook. Maar er zijn hier maar zeer weinig wegen: te weinig wegen. En die wegen zijn verstopt door de files in de zorg...

Kortom, ik heb HEIMWEE. Heimwee naar het land waar we omringd zouden zijn door familie, buren, kennissen, goed opgeleide beroepsmensen, mantelzorginstanties, vijwilligers, vrienden en oren en handen die kunnen en willen helpen. In Nederland zijn er zoveel meer wegen en zijn de lijnen zoveel korter. Het is als met alles in het leven: pas als je het mist, besef je wat je hebt. In Nederland hebben we het doodgewoon heel erg goed op het gebied van de zorg. Maar omdat men niet weet hoe het elders veel minder is, denkt men vaak dat het slecht geregeld is. Laat ik het anders formuleren: het is in elk geval duizend maal minder slecht dan over de grens!

Ik heb nu spijt dat ik niet naar mijn intuïtie heb geluisterd en de reis terug heb ondernomen. Nu Wim zo acheruitgaat, vrees ik dat ik het of moederziel alleen zal moeten zien te rooien want een Poolse ziekenverzorgster kan ik niet inhuren of er moet alsnog een wonder gebeuren...

Als variant op het bekende gezegde: 'Eenzaam maar niet alleen',  voel ik me nu dus: 'Heel eenzaam en héél alleen'.

zaterdag 12 december 2015

Toch maar een gewoon mens...

Zomaar ineens was het er: die intense vermoeidheid. Bovendien een bloeddruk die zo duidelijk te hoog was dat ik het niet meer kon ontkennen. Hoe is dat nou mogelijk?

Ik die lezingen geef voor mantelzorgers, stresshantering doceer, goed op mezelf pas en er alles aan doe om gezond te blijven door op mijn voeding te letten, te bewegen ondanks mijn drukke bestaan, regelmatig even een pauze inlas om of in mijn uppie van de natuur om ons heen te genieten of even bij te praten met mijn maatje, word nu teruggefloten door mijn lijf! Bij de huisarts probeer ik nog met al deze argumenten aan zijn recept voor medicijnen te ontkomen. Deze keer lukt me dat niet meer: hij is scherp en direct in zijn antwoord. Ik buig mijn hoofd...dus toch maar een gewoon mens, zoals iedereen?

Sinds drie weken probeer ik nu braaf om de woede hierover, de ergernis en zelfs mijn schuldgevoel te verwerken. Welke hoogmoed maakte dat ik mij verheven voelde boven al die anderen die ook 'gewoon' van tijd tot tijd het even niet meer zien zitten? Of was het omdat ik me zo ontzettend verantwoordelijk voel voor die ander: als alles maar goed gaat voor Wim. HIJ is ziek, niet ik. Daar valt toch elk ongemak van mijn kant bij in het niet. Toch?

Na de eerste woede en een paar flinke huilbuien begin ik langzaam door de bomen het bos weer te zien. Het is half december: mijn werk staat even voor een maand stil. Ik kan, mag en moet deze keer van deze adempauze volop genieten om de batterijen weer op te laden. Ze raakten bijna leeg. Dat voelt eng. Bovendien als ze echt zouden opraken, wat kan ik dan nog voor mijn zieke hier thuis betekenen.

Dus ga ik vanaf vandaag eens flink gas terugnemen. Op elk moment van de dag eens doen waar ik nou net op dat moment zin in heb. Als ik toevallig eens geen zin heb in koken, mag dat ook 'gewoon' een keer van mezelf. Er liggen nog genoeg ongelezen boeken op de plank, morgen komt de houtvooraad zodat de vlammen in de kachel me hopelijk zullen verleiden tot uren leesgenot en het luisteren naar de heerlijke muziekprogramma's aan het einde van dit drukke en vooral emotioneel heftige jaar. Die ene klus die nog geklaard moet worden, de boekhouding van 2015, ga ik lekker aan de keukentafel doen zodat ik dichtbij de warme chocola of thee zit, muziekje erbij en af en toe een kus op mijn hoofd van mijn maatje die langskomt enfin ook dat gaat 'ontspannen' gebeuren. Voor wat frisse lucht en het leegmaken van mijn hoofd hoef ik maar richting de hond te kijken die al aan mijn blik ziet dat het tijd is 'voor een rondje met mijn hondje'.

Wedden dat ik het in de tweede of derde versnelling nog leuk ga vinden ook. Misschien is het wel net zoals in een trein: in de boemel zie je zoveel meer dan in de tgv!

En voor iedereen, ikzelf incluis, die in al die jaren per ongeluk gedacht heeft dat ik 'onverwoestbaar' was: NEE dus. Ik ben ook maar een doodgewoon mens.

zaterdag 12 september 2015

Amour...

     


Tederheid en liefde zijn de enige zaken die groter worden wanneer we ze delen...
Toen ik deze tekst tegenkwam in mijn collectie van spreekwoorden en gezegden voor mijn clienten, besefte ik ineens hoezeer deze tekst op mij en Wim betrekking heeft. Nu we al zo'n vier jaar in de rol zijn terechtgekomen van zieke en mantelzorger is er steeds meer plaats voor de tedere kant van onze liefde. Niet dat die daarvoor niet aanwezig was, maar nu we samen de moeilijke weg bewandelen van ziekenhuis naar laboratorium, naar huisarts en specialist en de angstige momenten van onzekerheid beleven, groeit de intensiteit van onze liefde.

Als therapeute moet ik 'transparent' blijven en me niet identificeren met het probleem of de ziekte van mijn klant. Maar als partner mag ik die grens wel over gaan. Als Wim pijn heeft, voel ik die 'mee' met hem. Als hij er doorheen zit, roept alles in mij dat ik hem wil 'optillen'. Soms ook besef ik door een blik dat ik juist even op afstand moet blijven. Groter dan alleen de liefde is namelijk de combinatie van compassie, tederheid en liefde.

Zoals een sporter boven zichzelf kan uitstijgen in een moeilijke wedstrijd, zo blijken wij ook meer bronnen te kunnen aanboren waneer er een uitdaging op ons afkomt. Prostaatkanker betekent immers dat je de Kama Sutra voortaan op de boekenplank kunt laten staan. Maar nu ik er op terugkijk is juist zonder die ultieme fysieke vorm van liefhebben, ons intieme leven en de intensiteit van onze relatie gegroeid. Hoe wonderlijk. Of toch niet?

I love you, klinkt hier dagelijks hardop in huis. Het heeft een bijzondere betekenis gekregen waar alles in opgesloten zit. 'Ik ben blij dat je er nog bent', 'fijn dat je zoveel om me geeft dat je alles ervoor over hebt om nog wat langer bij me te blijven,' 'lief dat je me toelaat in je moeilijkste momenten', 'dankjewel voor al je vertrouwen in mij', 'maatje', 'je bent mooi', 'je ogen vertellen me hoe verdrietig je bent,' ik mis je als je weg bent voor je werk,' mag ik even lekker tegen je aan liggen?' 'je bent zo lief', 'huil maar', 'zul je niet voor mij verder gaan dan je aan kunt?' 'soulmate!' en nog zoveel meer dat niet in woorden is te beschrijven.

Zo werd en word ik meer mens. Raak ik aan een dimensie die ik daarvoor slechts gedeeltelijk kende. Leer ik het ritme van de ander te respecteren, train ik in geduld en raak ik de liefde aan in al zijn vormen...


vrijdag 21 augustus 2015

CARPE DIEM

De dag na de zesde chemokuur van Wim kenden wij elkaar exact twaalf en half jaar. Uiteraard hebben we daar een feestelijk tintje aan gegeven met ontbijt op bed voor mijn kanjer en een vrije dag vol zon met 's avonds een etentje bij de Wok. Even 'normaal' doen is zo heerlijk door alle medische toestanden heen.

Dus zei Wim ook 'heel gewoon' dat hij deze koperen dag graag nog wil omtoveren in de zilveren dag wanneer we elkaar vijfentwintig jaar kennen. Uiteraard knik ik hard 'ja' en zeg wat timide dat ik dat ook nog graag wil meemaken.

Maar ergens deep down geeft dit kortsluiting. Hoe gek kan het worden als je tegelijkertijd bezig bent met het opmaken van een wilsbeschikking...

Persoonlijk put ik meer kracht uit het aloude: Carpe Diem. Aan gisteren kan ik niets meer veranderen en wat morgen zal brengen weet ik niet. Gelukkig niet. Want als ik daar in deze periode teveel bij zou blijven stilstaan, kan ik niet meer volop genieten van juist al die dagen die maakten dat we bij deze koperen dag zijn aangekomen.

Draait het daar niet altijd om: leven in het hier en nu? Al jaren lang train ik mezelf en mijn clienten in dat leven in het heden door mijn vak als sofrologe (voorloper van Mindfulness). Door de ziekte van Wim heb ik een extra stimulans om dat helemaal in de praktijk te brengen. Vandaag is 'mijn' dag, 'onze' dag. Deze dag biedt volop mogelijkheden om er een fijne dag van te maken. Dat stukje tijd kan ik overzien. Dus waar zal ik eens beginnen?

Eerst even ontbijten in de zon op het terras, dan groenten plukken in de moestuin, het jonge katje aaien en de sierkippetjes van graan voorzien. Met de hond aan mijn voeten, de buizerd in het veld en Wim nog vredig slapend kan nu de dag al bijna niet meer stuk. Ik verheug me op zijn wakker worden, ons kopje koffie samen en de rest van de dag wordt vast ook heel plezierig.

In mijn hoofd klinken de woorden van mijn overleden grootmoeder: Kind, het geluk zit 'm in de kleine dingen'. Door die kleine dingen op die hele gewonen dagen en momenten kan ik de dagen waarop het 'stormt en dondert' in mijn leven ook trotseren. Kortom, carpe Diem is mijn geheim.

dinsdag 28 juli 2015

De invloed van GEEL...

Waar ik ook om me heen kijk overal is het geel door de duizenden zonnebloemen die op dit moment in bloei staan rondom ons huis op de heuvel. Wat een cadeau van de natuur, wat een steun in deze momenten waarin het soms ZWART ziet voor de ogen van Wim die gisteren zijn vijfde chemokuur kreeg.
Het wordt steeds meer duidelijk hoe de giftige stoffen hun werk doen en behalve hun 'dodelijke werking op de kankercellen' ook een aanslag doen op de rest van zijn lichamelijke staat. Liep hij nog geen jaar geleden met gemak twee keer rond het lac de Saint Ferréol in Revel (8.6 km) nu is een rondje rondom het huis een krachtsinspanning die veel weg heeft van het beklimmen van een hoge berg. Dat gaat de komende weken alleen nog maar erger worden. Voorzichtig informeerde ik gisteren bij de verpleegster die hem begeleidt hoe lang een lichaam ongeveer nodig heeft om te 'récupereren'. Dat ligt rond de twee à drie maanden. Maar eerst moet hij nog wel de laatste twee behandelingen ondergaan...

In de kliniek zie ik alleen maar WIT om me heen. Nergens een zonnebloem te bekennen. Dus moet ik mijn eigen innerlijke kleurenpalet aanboren en vooralsnog komt er alleen maar ZWART naar boven. Zal de chemokuur het beoogde resultaat bewerkstelligen? Zullen deze maanden van pijn, dodelijke vermoeidheid, onzekerheid, aften in zijn mond, hoofdpijn, stress en doodsangst straks voorbij zijn voor een langere periode of heeft hij al de kwaliteit van leven de afgelopen tijd  ingeleverd om daarna nauwelijks beloond te worden. Toevallig zien we vandaag om ons heen diverse medepatiënten die er niet zo florissant voor staan. Is het dit allemaal waard? In mijn hoofd schieten  alle kleuren door elkaar heen en dat levert ZWART op.

Eenmaal weer thuis na de lange rit in de ambulance-taxi, uitgeteld in mijn stoel valt mijn oog op het felle GEEL. Vanavond zie ik ze omfloerst door mijn angst en verdriet om het machteloos moeten toekijken bij het lijden van mijn maatje. De tranen prikken achter mijn oogkassen. Pas als ik die tranen de vrije loop laat, voel ik me beter. In het maanlicht ontwaar ik de grote bloemen nog wel maar zie hun zonnige kant niet meer.

Vanmorgen toen ik de luiken opendeed, straalden ze me me toe, KNALGEEL. Ze herinneren me eraan dat er altijd leven is. Ze herinneren me aan de vier seizoenen. Ooit zei ik dat ik deze bloem zo bewonderde omdat ze alle fases van het mensdom zo beeldend uitdrukt. Een klein, fragiel zaadje groeit uit tot een enorme bloem vol voeding. Zwanger van leven. Dan wordt ze ouder en hangt de volle bloem zwaar voorover en verkleurt naar BRUIN. Ook dan is ze prachtig in de herfst van haar leven. Eenmaal alle kleur weg dan sterft ze af en is het bijna winter en dan opeens in de lente is er altijd dat ene verloren zaadje ergens zomaar tussen de stenen of planten dat trots haar kleine koppie geel laat zien.  Een cyclus zoals bij ons mensen.

De zonnebloem bereidt me dus voor op de komende herfst. Sinds een jaar heb ik als hobby het kleuren van mandala's ontdekt. Laat ik me de komende tijd maar eens oefenen in de vele tinten BRUIN maar wel afgewisseld met veel GEEL. Zoals de bloem blijf ik me naar de zon keren...






zondag 12 juli 2015

'We are stronger than I'

Samsung slaat de spijker op zijn kop. Welke wielrenner zou bij een loodzware etappe niet afstappen als hij niet de steun kreeg van zijn knechten? Wat is er mooier dan een stadion vol mensen die jou als sporter aanmoedigen om nog harder te gaan? Elke voetbalclub is jaloers op het 'You never walk alone' waarmee iedere match van F.C. Liverpool begint en zelfs als tv-kijker krijg je daar kippenvel bij. Op de dag dat je kind afzwemt voor zijn A-diploma zoeken zijn of haar oogjes voortdurend op de tribune naar de 'fans' die trots en gespannen de zware test volgen. Zelfs al kost het bloed,zweet en tranen maar die blikken doen wonderen. Het diploma wordt vol trots als een trofee aan iedereen die het maar wil zien, getoond. Zelf glunderen we van trots als iemand ons een compliment geeft over onze krachtsinspanning op de fiets of in de sportschool. In de afgelopen examentijd zijn er weer aardig wat traantjes weggepinkt bij het behalen van een diploma waar de kandidaat heel veel energie in heeft gestoken. Wie smelt er niet bij het zien van de reclame van ING waarin de kleinzoon het ineens uitkraait: 'Opa!' wanneer hij 'toevallig' even op Skype drukt. Opa's stem verraadt de rest.

Hoe komt het dan toch dat we datzelfde doorzettingsvermogen van onze zieke medemens zo zuinig beantwoorden? Waarom blijft het vaak slechts bij die ene Facebook-duim of het afgezaagde: 'Kop op!' terwijl we daarna gewoon doorgaan zonder verder mee te leven met de man of vrouw die de strijd van zijn of haar leven levert, menig sportman of vrouw de loef afstekend? Heeft onze multi- media-wereld ertoe bijgedragen dat we persoonlijke aandacht verleerd zijn?

Wie zelf wel eens in het ziekenhuis heeft gelegen, weet maar al te goed wat het betekent om ineens een bekend gezicht om de hoek van de deur te zien verschijnen. 'Hé meid, hoe gaat het met je?' op een bekende toon doet wonderen. Even een vertrouwd geluid uit die 'andere wereld' daarbuiten. Nieuwtjes, grappen, vakantieverhalen, persoonlijke ervaringen, heerlijk om eens even de wereld van injectienaalden, infusen, scans en doktersbezoeken te kunnen vergeten. Als het prikbord achter je bed vol hangt met kaarten, biedt dat uitzicht op aandacht, belangstelling en krijgt de zieke zin om binnenkort weer samen met de afzenders een kop koffie te drinken 'thuis'. Juist in vakantietijd is het fantastisch om een persoonlijk telefoontje te krijgen waarin de vrienden of familie in kwestie even laten weten hoe heerlijk het verblijf aan strand of in de bergen is. Dat ze aan je denken en dat ze na terugkeer even langs zullen komen om jou de foto's te laten zien. De rest van de dag klinken die klanken nog na in de oren van de zieke en fantaseert hij of zij er de beelden bij van de bellers van wie hij zoveel houdt.

Een kaart sturen vanaf ons vakantieadres is er tegenwoordig ook al niet meer bij. Nee joh, dat doen we tegenwoordig toch via Facebook is dan de prompte reactie. Misschien, maar daarmee laten we wel een zeer fragiele groep mensen compleet aan de zijlijn staan. Allereerst ouderen die geen notie hebben van internet (ja die bestaan). Maar we vergeten ook dat iemand met hoge koorts, verlamd in een rolstoel, vastgeketend aan zijn of haar infuus en andere medische apparatuur, of doodgewoon 'op' van al het medische gedoe niet kan meedoen aan onze gezonde wereld waarin we voor de lol supersnel alles effe via Facebook regelen. Niet alles in deze wereld kan ...effe snel!

Zwaar ziek zijn is niet alleen een lichamelijke strijd. Het is ook mentaal loodzwaar. Het 'duiveltje' met het idee van opgeven of de angst het niet te redden, kosten soms meer energie dan het lopen van een marathon. Dan is het zo fijn als je een fanclub om je heen hebt...

WE are stronger thanI !



dinsdag 28 april 2015

ONMACHT

Inmiddels is Wim voor de keuze gesteld die in feite geen keuze is: chemokuur of niets meer. De hormonen doen hun werk niet meer afdoende. De kankercellen vermeerderen zich. Die kleine monsters zoeken hun weg opnieuw in andere delen van zijn lichaam en daar is geen kruid tegen gewassen dan alleen het kruit van een chemokuur. Ondanks het vooruitzicht van nare behandelingen, bijwerkingen en verminderende afweer, kiest hij voor de aanval.

Daarna gaat alles in een stroomversnelling. Negen dagen geleden werd de catheter operatief ingebracht achter zijn sleutelbeen. Onder plaatselijke verdoving maar daardoor wel alle geluiden registrerend, heeft hij dit dapper doorstaan. Tegelijkertijd komt het besef dat hij nu voortaan een échte oncologie patiënt is geworden. Vier dagen later, als hij de klapdeuren van de chemo afdeling opent, dringt dat pas écht tot hem door. Iedereen op de afdeling is uiterst aardig en behandelt hem met veel geduld, uitgebreide uitleg en vriendelijkheid. Maar de medische handelingen liegen er niet om: hier gaat het om leven en dood. Bij elke uitleg komt de eventualiteit van het niet-aanslaan om de hoek kijken. Wat te doen 'als' er koorts optreedt, 'als' hij moet overgeven, 'als' hij moeite krijgt met de stoelgang of het urineren, 'als' hij geen zin meer heeft in eten, 'als' zijn nagels afbreken, 'als' zijn haren uitvallen en al wat dies meer zij.

In mijn hoofd ontstaat chaos. Help! Ik wil niet dat mijn maatje door die hel moet. Zelf geeft hij dapper aan er 'alles' voor over te hebben om nog wat langer bij mij te mogen blijven... Ik bedank hem daarvoor maar smeek hem ook om daarbij niet de grenzen uit het oog te verliezen. Alleen hij kan bepalen hoe ver hij wil gaan. Maar als ik terugkom van de gang nadat de verpleegster de dikke naald van de chemo in het kastje in zijn schouder heeft geprikt, zie ik in zijn ogen de verschrikking van dat soort momenten. Hij praat tegen het infuuszakje waarin de 'monsters' zitten die nu in zijn lichaam de kankercellen moeten opzoeken en verslinden. Gepaard met een heftige vloek commandeert hij ze om hun werk goed te doen

Twee uur later zitten we achter in de taxi onderweg naar huis. Ver weg van deze wereld waar alles te dichtbij komt. Thuis wordt alles wat meer draaglijk. Thuiskomen. In dat woord zit alles besloten. Veilig en warm. Hier voel ook ik minder de immens grote onmacht tegenover het medische gebeuren. Hier kan ik weer voor Wim zorgen. Iets doen of heel gewoon er alleen maar 'zijn'. Hier kunnen we samen huilen om de nietigheid van het bestaan. De pijn. De angsten. Maar ook samen lachen. Door de tuin schuifelen. Alle mails lezen die zoveel steun bieden. Elkaar vasthouden.

Maar de chaos in mijn hoofd komt terug. Carpe Diem lukt niet meer elke dag. Want er is een dag van morgen. Die dag zou ik willen uitstellen. Vandaag is al zo moeilijk. Wat gaat die dag ons brengen? Voor het eerst in mijn leven wil ik terug naar ...gisteren. Yesterday.