dinsdag 28 april 2015

ONMACHT

Inmiddels is Wim voor de keuze gesteld die in feite geen keuze is: chemokuur of niets meer. De hormonen doen hun werk niet meer afdoende. De kankercellen vermeerderen zich. Die kleine monsters zoeken hun weg opnieuw in andere delen van zijn lichaam en daar is geen kruid tegen gewassen dan alleen het kruit van een chemokuur. Ondanks het vooruitzicht van nare behandelingen, bijwerkingen en verminderende afweer, kiest hij voor de aanval.

Daarna gaat alles in een stroomversnelling. Negen dagen geleden werd de catheter operatief ingebracht achter zijn sleutelbeen. Onder plaatselijke verdoving maar daardoor wel alle geluiden registrerend, heeft hij dit dapper doorstaan. Tegelijkertijd komt het besef dat hij nu voortaan een échte oncologie patiënt is geworden. Vier dagen later, als hij de klapdeuren van de chemo afdeling opent, dringt dat pas écht tot hem door. Iedereen op de afdeling is uiterst aardig en behandelt hem met veel geduld, uitgebreide uitleg en vriendelijkheid. Maar de medische handelingen liegen er niet om: hier gaat het om leven en dood. Bij elke uitleg komt de eventualiteit van het niet-aanslaan om de hoek kijken. Wat te doen 'als' er koorts optreedt, 'als' hij moet overgeven, 'als' hij moeite krijgt met de stoelgang of het urineren, 'als' hij geen zin meer heeft in eten, 'als' zijn nagels afbreken, 'als' zijn haren uitvallen en al wat dies meer zij.

In mijn hoofd ontstaat chaos. Help! Ik wil niet dat mijn maatje door die hel moet. Zelf geeft hij dapper aan er 'alles' voor over te hebben om nog wat langer bij mij te mogen blijven... Ik bedank hem daarvoor maar smeek hem ook om daarbij niet de grenzen uit het oog te verliezen. Alleen hij kan bepalen hoe ver hij wil gaan. Maar als ik terugkom van de gang nadat de verpleegster de dikke naald van de chemo in het kastje in zijn schouder heeft geprikt, zie ik in zijn ogen de verschrikking van dat soort momenten. Hij praat tegen het infuuszakje waarin de 'monsters' zitten die nu in zijn lichaam de kankercellen moeten opzoeken en verslinden. Gepaard met een heftige vloek commandeert hij ze om hun werk goed te doen

Twee uur later zitten we achter in de taxi onderweg naar huis. Ver weg van deze wereld waar alles te dichtbij komt. Thuis wordt alles wat meer draaglijk. Thuiskomen. In dat woord zit alles besloten. Veilig en warm. Hier voel ook ik minder de immens grote onmacht tegenover het medische gebeuren. Hier kan ik weer voor Wim zorgen. Iets doen of heel gewoon er alleen maar 'zijn'. Hier kunnen we samen huilen om de nietigheid van het bestaan. De pijn. De angsten. Maar ook samen lachen. Door de tuin schuifelen. Alle mails lezen die zoveel steun bieden. Elkaar vasthouden.

Maar de chaos in mijn hoofd komt terug. Carpe Diem lukt niet meer elke dag. Want er is een dag van morgen. Die dag zou ik willen uitstellen. Vandaag is al zo moeilijk. Wat gaat die dag ons brengen? Voor het eerst in mijn leven wil ik terug naar ...gisteren. Yesterday.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.